Een baby met speciale behoeften voeden

Er zijn omstandigheden die een baby beletten aan de borst te drinken. Problemen kunnen worden veroorzaakt door neurologische aandoeningen, zoals een centraal zenuwstelsel dat nog niet volgroeid is, pre- of postnataal hersenletsel, downsyndroom, hersenverlamming en hydrocefalie, aandoeningen die allemaal geassocieerd worden met problemen met de voeding. Daarnaast treden er vaak problemen met het voeden van te vroeg geboren baby's. Ook andere aandoeningen kunnen de baby problemen opleveren bij het drinken, bijvoorbeeld aangeboren aandoeningen zoals een hazenlip en/of gespleten gehemelte, waarbij de mondholte niet volledig aangesloten is.
Medela advies: Borstvoeding geven aan een baby met speciale behoeften

Tekenen van problemen bij het voeden

Enkele voorbeelden van veelvoorkomende voedingsproblemen die worden veroorzaakt door een neurologische aandoening:

  • Hypotonie (lage spierspanning), wat mogelijk gepaard gaat met spierzwakte en een afwijkende controle van de orofarynxstructuren, leidend tot zwak of ongecoördineerd zuigen
  • Zwakke zuig-, slik- en kokhalsreflexen
  • Onvoldoende alertheid en energie voor het voeden
  • Dysfagie, met name bij baby's met hersenverlamming
  • Ernstige hyperextensie van de nek en schouders, wat gevolgen heeft voor de positie van de tong en de beweging van de kaak
  • Een aandoening aan de luchtwegen, waardoor ademhalen en slikken worden bemoeilijkt
  • Langzame gewichtstoename
  • Verdere risico's op complicaties bij de borstvoeding en een vertraagde ontwikkeling

Enkele voorbeelden van veelvoorkomende voedingsproblemen die worden veroorzaakt door een hazenlip en/of gespleten gehemelte:

  • Baby's met een hazenlip en/of gespleten gehemelte kunnen de borst vaak niet met hun mond afsluiten. Omdat de mondholte tijdens het drinken niet goed van de neusholte wordt gescheiden, kunnen deze baby's bovendien geen vacuüm vormen om melk uit de borst of fles te drinken of kost dit hen veel moeite
  • Als gevolg hiervan raken deze baby's vermoeid tijdens de borstvoeding, duren voedingen langer en worden groei en voeding nadelig beïnvloed
  • Of en hoe de baby aan de borst kan drinken, is afhankelijk van de grootte en de locatie van de hazenlip en/of het gespleten gehemelte. Het is bewezen dat de borstvoeding kan worden gestart of hervat nadat de baby aan de hazenlip of het gespleten gehemelte is geopereerd

Evaluatie van complicaties bij de borstvoeding

  • Baby's met speciale behoeften moeten in een vroegtijdig stadium worden onderzocht door een multidisciplinair team om de problemen bij het drinken in kaart te brengen en een plan van aanpak op te stellen
  • Voor elke baby met speciale behoeften dient de kans van slagen van borstvoeding te worden beoordeeld. Als gezogen borstvoeding niet mogelijk is, kan de moeder worden ondersteund bij het opbouwen van een optimale melkproductie voor het op andere wijze voeden van moedermelk
  • Borstvoeding of het voeden van moedermelk dient te worden aangemoedigd vanwege de gezondheidsvoordelen voor moeder en baby

Behandeling

Enkele wetenschappelijk bewezen strategieën die in samenwerking met een medisch team en met advies van een lactatiekundige kunnen worden toegepast:

  • Huidcontact bij de geboorte: dit heeft een bewezen positief effect op de duur van de borstvoeding en dit dient te worden aangemoedigd
  • Als voeden aan de borst moeilijk of onmogelijk is of als de moeder vaak weg is van de baby, moet het kolven al vroeg na de geboorte worden gestart
  • Methoden om de melkproductie op gang te brengen en in stand te houden:
    • Het is belangrijk om snel na de geboorte melk af te nemen. Door al binnen het eerste uur na de geboorte af te kolven, zal er een hoger melkvolume worden opgevangen dan als dit binnen de eerste zes uur wordt gedaan. Daarbij zorgt het dat de melkproductie de weken erna groter is
    • Het is ook belangrijk om regelmatig af te kolven. Moeders die meer dan zes keer per dag afkolven, produceren meer melk dan moeders die minder vaak kolven. Moeders die een borstkolf gebruiken, wordt geadviseerd om ongeveer acht tot twaalf keer per dag (24 uur) te kolven.
    • Als de baby minder goed kan zuigen, bestaat het risico dat de melkproductie laag blijft. Hierbij moeten de richtlijnen voor het stimuleren van de melkproductie worden gevolgd
  • Het kan nodig zijn om een professionele zorgverlener, zoals een logopedist of ergotherapeut, in te schakelen om het voeden optimaal te laten verlopen als de baby aan de borst kan drinken. Enkele methoden die mogelijk helpen bij de borstvoeding:
    • Als de baby weinig controle heeft over de oraal-motorische functie en onvoldoende of ongecoördineerde zuigkracht heeft, kan er door het ondersteunen van de kin-, wang- en kaakbewegingen een krachtiger zuigpatroon worden gestimuleerd
    • Het kan nuttig zijn om de positionering of het aanleggen aan te passen. Bij een baby met een hazenlip en/of gespleten gehemelte of een baby met speciale behoeften kunnen verschillende posities worden geprobeerd
  • Bij gedeeltelijke borstvoeding moet de moeder regelmatig afkolven en een voedingshulpmiddel gebruiken om de borstvoedingen aan te vullen
  • Mogelijk is bijvoeden nodig
  • Bij het bepalen van de juiste voedingsmethode moeten de voeding en hydratatie, zoals het volume, de frequentie van de voedingen en de gewichtstoename, continu worden gevolgd
Onderzoekssamenvattingen
Human milk and breastfeeding outcomes in infants with congenital heart disease (in het Engels)

Although human milk (HM) is the recommended form of infant nutrition, the provision of HM feeding among infants with congenital heart disease in the cardiac ...

Torowicz DL, Seelhorst A, Froh EB, Spatz DL (2015)

Breastfeed Med. 10:31-7
ABM clinical protocol #18: guidelines for breastfeeding infants with cleft lip, cleft palate, or cleft lip and palate, revised 2013 (in het Engels)

A central goal of the Academy of Breastfeeding Medicine is the development of clinical protocols for managing common medical problems that may impact breastfeeding success. ...

Reilly S, Reid J, Skeat J, Cahir P, Mei C, Bunik M; Academy of Breastfeeding Medicine (2013)

Breastfeed Med. 8(4):349-53
Literatuur

1 American Academy of Pediatrics and The American College of Obstetricians and Gynecologists. Breastfeeding Handbook for Physicians 2006).

2 Lawrence, R.A. & Lawrence, R.M. Breastfeeding: a guide for the medical profession (Elsevier Mosby, Maryland Heights, MO, 2011).

3 Prime,D.K.et al. Simultaneous breast expression in breastfeeding women is more efficacious than sequential breast expression. Breastfeed Med 7, 442-447 (2012).

4 Morton, J., Hall, J.Y., Wong, R.J., Benitz, W.E. & Rhine, W.D. Combining hand techniques with electric pumping increases milk production in mothers of preterm infants. J Perinatol 29, 757-764 (2009).

5 Hill, P.D., Aldag, J.C., Chatterton RT. Initiation and frequency of pumping and milk production in mothers of non-nursing preterm infants. J Hum Lact. 2001;17(1):9-13

6 Hill, P.D., Aldag, J.C., Chatterton RT, Zinaman M. Comparison of Milk Output Between Mothers of Preterm and Term Infants: The First 6 Weeks After Birth. J Hum Lact. 2005 February 1, 2005;21(1):22-30.

7 Parker, L.A., Sullivan, S., Krueger, C. & Mueller, M. Association of timing of initiation of breastmilk expression on milk volume and timing of lactogenesis stage II among mothers of very low-birth-weight infants. Breastfeed Med (2015).

8 Meier, P.P., Engstrom, J.L., Janes, J.E., Jegier, B.J. & Loera, F. Breast pump suction patterns that mimic the human infant during breastfeeding: greater milk output in less time spent pumping for breast pump-dependent mothers with premature infants. J Perinatol 32, 103-110 (2012).

9 Torowicz, D.L., Seelhorst, A., Froh, E.B., Spatz, D.L. Human milk and breastfeeding outcomes in infants with congenital heart disease. Breastfeed Med 10, 31-37(2015).

10 Reilly, S. et al. ABM clinical protocol #18: Guidelines for breastfeeding infants with cleft lip, cleft palate, or cleft lip and palate, revised 2013. Breastfeed Med 8, 349-353 (2013)

11 Thomas, J., Marinelli, K.A., & Hennessy, M. ABM clinical protocol #16: Breastfeeding the hypotonic infant. Breastfeed Med 2, 112-118 (2007).