Tijd tot de melkproductie 'op gang komt' - effectieve initiatieresultaten

De tijd tot de melkproductie 'op gang komt' is een indicator voor de werkzaamheid van interventies ter ondersteuning van een effectieve initiatie. Als dit zich binnen 72 uur na de geboorte voordoet, is het een belangrijke voorspeller voor de toereikendheid van het melkvolume na vier weken.

Critical time period of time to milk coming 72 hours after birth.

Wat betekent tijd tot de melkproductie 'op gang komt'?

De tijd tot de melkproductie 'op gang komt' is de tijd na de geboorte waarin de secretoire activatie plaatsvindt.1,2

Het 'op gang komen' van de melkproductie (secretoire activatie) vindt normaal gesproken plaats tussen 24 en 72 uur na de geboorte van de placenta.3-5

Secretoire activatie kan worden vastgesteld door:

  • drie opeenvolgende afgekolfde volumes van 20 ml of meer uit beide borsten (gecombineerd) voor moeders die uitsluitend kolven;6
  • fysiologische tekenen zoals het gevoel van volle borsten bij moeders die borstvoeding geven en kolven.7

Waarom is de tijd tot de melkproductie 'op gang komt' belangrijk?

Vertraagde secretoire activatie (> 72 uur na de geboorte ) wordt in verband gebracht met een grotere kans op aanhoudend lage melkvolumes en een kortere duur van de lactatie.3,8

Vrouwen met een vertraagde secretoire activatie hebben 60% meer kans om na 4 weken te stoppen met borstvoeding geven.8

Het 'op gang komen' van de melkproductie is een eenmalige gebeurtenis die essentieel is voor de verdere synthese van moedermelk.9

Risicofactoren voor vertraagde secretoire activatie die pre- en perinataal zijn vastgesteld, zijn onder meer:

  • primigravida;3,7
  • leeftijd van de moeder;7
  • vroeggeboorte;7,10
  • keizersnede;11
  • hoge Body Mass Index (> 30);3,12
  • veel perinatale pijn en stress;4,13,14
  • bloeding na de geboorte;15
  • scheiding van moeder en baby;16-19
  • vertraagde eerste borstvoedingssessie;4
  • lage frequentie van borstvoeding/afkolven.7,8

Hoe het 'op gang komen' van de melkproductie te optimaliseren

Ontwikkel/herzie borstvoedings- en afkolfprotocollen om

  • pre- en perinataal te bepalen welke vrouwen risicofactoren hebben voor het vertraagd 'op gang komen' van de melkproductie
  • vrouwen die risico lopen voorlichting te geven over het verloop van de melkproductie en het belang van een doeltreffende initiatie: tijd tot aan het eerste moment van afkolven, kolffrequentie, het gebruik van INITIATE-borstkolfsoftware, dubbel afkolven en borstschilden met de juiste pasvorm;
  • Implementeer en ondersteun vrouwen om
    • vroeg, binnen 3 uur na de geboorte, af te kolven20,21
    • moeders 8 keer of meer te laten kolven in 24 uur20,21
    • te stimuleren en te kolven met de INITIATE-borstkolfsoftware6,22,23
  • moeders een kolflogboek te geven om
    • dagelijkse afkolfsessies en melkvolumes bij te houden
    • het begin van secretoire activatie bij te houden. Dit wordt aangeduid door 3 opeenvolgende kolfsessies met > 20 ml uit beide borsten samen
  • regelmatige training van personeel te ondersteunen inzake het belang van het verloop van de melkproductie
  • te zorgen dat het personeel de gevolgen van een vertraging in de secretoire activatie begrijpt en moeders met risicofactoren meer lactatieondersteuning kan bieden

 

De tijd tot de melkproductie 'op gang komt' controleren

• Registreer bij welk percentage moeders de melkproductie binnen 72 uur na de geboorte op gang komt.

• Stel vast bij welke moeders de melkproductie vertraagd (> 72 uur) op gang komt.

Literatuur

1 Neville MC, Morton J. Physiology and endocrine changes underlying human lactogenesis II. J Nutr. 2001; 131(11):3005S-3008S.

2 Hoban R et al. Human milk biomarkers of secretory activation in breast pump-dependent mothers of premature infants. Breastfeed Med. 2018; 13(5):352–360.

3 Nommsen-Rivers LA et al. Delayed onset of lactogenesis among first-time mothers is related to maternal obesity and factors associated with ineffective breastfeeding. Am J Clin Nutr. 2010; 92(3):574–584.

4 Dewey KG et al. Risk factors for suboptimal infant breastfeeding behavior, delayed onset of lactation, and excess neonatal weight loss. Pediatrics. 2003; 112(3):607–619.

5 Boss M et al. Normal human lactation: Closing the gap. F1000Res. 2018; 7.

6 Meier PP et al. Breast pump suction patterns that mimic the human infant during breastfeeding: greater milk output in less time spent pumping for breast pump-dependent mothers with premature infants. J Perinatol. 2012; 32(2):103–110.

7 Hurst NM. Recognizing and treating delayed or failed lactogenesis II. J Midwifery Womens Health. 2007; 52(6):588–594.

8 Brownell E et al. Delayed onset lactogenesis II predicts the cessation of any or exclusive breastfeeding. J Pediatr. 2012; 161(4):608–614.

9 Meier PP et al. Which breast pump for which mother: An evidence-based approach to individualizing breast pump technology. J Perinatol. 2016; 36(7):493–499.

10 Parker LA et al. Indicators of Secretory Activation in Mothers of Preterm Very Low Birth Weight Infants. J Hum Lact. 2020:890334420980424.

11 Hobbs AJ et al. The impact of caesarean section on breastfeeding initiation, duration and difficulties in the first four months postpartum. BMC. Pregnancy. Childbirth. 2016; 16:90.

12 Poston L et al. Preconceptional and maternal obesity: epidemiology and health consequences. Lancet Diabetes Endocrinol. 2016; 4(12):1025–1036.

13 Grajeda R, Pérez-Escamilla R. Stress during labor and delivery is associated with delayed onset of lactation among urban Guatemalan women. J Nutr. 2002 [cited 2019 Jan 18]; 132(10):3055–3060.

14 Brown A, Jordan S. Impact of birth complications on breastfeeding duration: an internet survey. Journal of Advanced Nursing. 2013; 69(4):828–839.

15 Thompson JF et al. Women's breastfeeding experiences following a significant primary postpartum haemorrhage: A multicentre cohort study. Int Breastfeed J. 2010; 5:5.

16 Dewey KG. Maternal and fetal stress are associated with impaired lactogenesis in humans. J Nutr. 2001; 131(11):3012S-3015S.

17 Lau C. Breastfeeding Challenges and the Preterm Mother-Infant Dyad: A Conceptual Model. Breastfeed Med. 2018; 13(1):8–17.

18 Billett HH. Clinical Methods: The History, Physical, and Laboratory Examinations: Hemoglobin and Hematocrit. 3rd. Boston; 1990.

19 Hurst N et al. Providing mother's own milk in the context of the NICU: a paradoxical experience. J Hum Lact. 2013; 29(3):366–373.

20 UNICEF, WHO. Protecting, promoting and supporting breastfeeding: The baby-friendly hospital initiative for small, sick and preterm newborns. Geneva, New York: WHO; UNICEF; 2020. 42 p.

21 Spatz DL et al. Pump early, pump often: A continuous quality improvement project. J Perinat Educ. 2015; 24(3):160–170.

22 Torowicz DL et al. Human milk and breastfeeding outcomes in infants with congenital heart disease. Breastfeed Med. 2015; 10(1):31–37.

23 Post EDM et al. Milk production after preterm, late preterm and term delivery; effects of different breast pump suction patterns. J Perinatol. 2016; 36(1):47–51.