Anatomie van de borst

De menselijke borst begint zich te ontwikkelen vanaf week zes van de zwangerschap. Bij de geboorte bevat de borstklier alleen rudimentaire kanalen met kleine, knuppelvormige uiteinden die tijdens de kinderjaren groeien. Tijdens de puberteit wordt de borst groter door de vorming van vetweefsel en vertakking en uitbreiding van de kanalen. Het is echter tijdens de zwangerschap dat de borsten de grootste groei en ontwikkeling ondergaan.

Veranderingen in de borsten tijdens de zwangerschap

Tijdens de eerste helft van de zwangerschap vindt er secretorische differentiatie plaats (differentiatie van alveolaire epitheelcellen in melkproducerende cellen), vertakken de melkkanalen zich en worden de melkklieren gevormd (mammogenese). Het borstweefsel begint zich rond week drie en vier van de zwangerschap te ontwikkelen. In die periode vertakken de melkkanalen zich en worden er melkklieren gevormd. Door de proliferatie van het distale deel van de kanalen, vormen er zich meerdere alveoli (die lactocyten of melkproducerende cellen bevatten).

De mammogenese wordt beïnvloed door een aantal hormonen, onder andere progesteron en groeihormoon, die zorgen voor de volledige differentiatie van de melkklieren. Deze differentiatie kan zich manifesteren als de eerste uitscheiding van colostrum tijdens de secretorische ontwikkelingsfase in de tweede helft van de zwangerschap. In deze fase bevat de borstklier gedifferentieerde lactocyten die melkcomponenten zoals eiwitten, lactose, caseïne, α-lactoalbumine en vetzuren kan produceren in de vorm van colostrum (maar dit slechts in kleine hoeveelheden, ongeveer 30 ml/dag). Deze veranderingen worden gevolgd door een versnelde groei van de melkklier en een toename van de alveolaire afscheiding naar het einde van de zwangerschap toe.

Tijdens de zwangerschap is er sprake van een aanzienlijke toename van het secretorische weefsel tot ongeveer tweemaal het volume van het vetweefsel in de lacterende borst. Door al deze veranderingen worden de borsten en tepels tijdens de zwangerschap aanzienlijk groter. Hierbij is sprake van een grote onderlinge variatie, van weinig of geen groei bij de ene vrouw tot een sterke groei bij de andere vrouw. Bij de meeste vrouwen zal de borstomvang tegen week 22 van de zwangerschap aanzienlijk zijn toegenomen, maar er zijn ook vrouwen waarbij er pas aan het einde van de zwangerschap sprake is van een duidelijke groei. Er is in elk geval geen verband tussen de groei van de borsten en het vermogen om een maand na de bevalling borstvoeding te geven of melk te produceren.

Veranderingen in de borst na het spenen

Als de baby geen borstvoeding meer krijgt, doorloopt de borstklier een aantal veranderingen om uiteindelijk terug te keren naar een toestand die vergelijkbaar is met die van voor de zwangerschap, klaar om dezelfde ontwikkelingscyclus te doorlopen bij een volgende zwangerschap. Tijdens deze veranderingen worden de melkproducerende epitheelcellen afgebroken: het alveolaire epitheel ondergaat apoptose en wordt vervangen door adipocyten. 

Onderzoekssamenvattingen
Breast volume and milk production during extended lactation in women (in het Engels)

Quantitative measurements were made of relative breast volume and milk production from 1 month of lactation until 3 months after weaning, and the storage capacity ...

Kent JC, Mitoulas L, Cox DB, Owens RA, Hartmann PE (1999)

Exp Physiol. 84(2):435-47
Breast growth and the urinary excretion of lactose during human pregnancy and early lactation: endocrine relationships (in het Engels)

Breast volume and morphology of eight subjects were measured before conception and at intervals throughout pregnancy until 1 month of lactation. Breast volume before conception ...

Cox DB1, Kent JC, Casey TM, Owens RA, Hartmann PE (1999)

Exp Physiol. 84(2):421-34
Literatuur

1 Geddes, D. 2007, Gross Anatomy of the Lactating Breast. In: Hale, T. & Hartmann, P. (eds.). Textbook of Human Lactation. Amarillo, Texas: Hale Publishing.

2 Pang, W.W. and Hartmann, P.E. Initiation of human lactation: secretory differentiation and secretory activation. J Mammary Gland Biol Neoplasia 12, 211-221 (2007).

3 Cowie, A.T., Forsyth, I.A. & Hart, I.C. Hormonal control of lactation. Monogr Endocrinol. 15, I-275 (1980).

4 Cox, D.B. et al. Breast growth and the urinary excretion of lactose during human pregnancy and early lactation: endocrine relationships. Exp.Physiol 84, 421-434 (1999).

5 Kulski, J.K. and Hartmann, P.E. Changes in human milk composition during the initiation of lactation. Australian Journal of Experimental Biology and Medical Science 59, 101-114 (1981).

6 Chapman, D.J. et al. Impact of breastpumping on lactogenesis stage II after cesarean delivery: A randomized clinical trial. Pediatrics 107, E94 (2001).

7 Kent, J.C. et al. Breast volume and milk production during extended lactation in women. Exp Physiol 84, 435-447 (1999).