Borstvoedingsschema

De meeste vrouwen beslissen vóór de zwangerschap of tijdens het eerste trimester of ze borstvoeding gaan geven. Het is belangrijk dat de moeder al in een vroeg stadium een professional raadpleegt, zodat ze haar borstvoedingsdoelstellingen kan halen. De adviezen en praktijken van verloskundigen en kinderartsen hebben een bewezen positieve invloed op de borstvoedingsresultaten. Moeders moeten worden aangemoedigd om samen met een professional hun borstvoedingsdoelstellingen te formuleren en een borstvoedingplan te maken. Dit dient vóór de bevalling te gebeuren, bijvoorbeeld als ze samen een plan voor de bevalling opstellen.

Medische geschiedenis en borstonderzoek

Tijdens de prenatale consulten met de verloskundige of een andere gezondheidsspecialist moet de medische geschiedenis van de moeder worden meegewogen in de besluitvorming over borstvoeding. Dit omvat een volledige beoordeling van gezondheidsproblemen in het verleden, medicatie, dieet en andere relevante aspecten. Er moet worden gesproken over alle gezondheidsproblemen, medicatie en borstoperaties in het verleden die gevolgen kunnen hebben voor de borstvoeding. Daarnaast moeten eerdere borstvoedingservaringen en mogelijke belemmeringen voor borstvoeding aan bod komen. Tijdens een van de eerste prenatale consulten moeten de borsten en tepels en de symmetrie van de borsten worden onderzocht, zodat de moeder weet welke problemen zich op dit vlak zouden kunnen voordoen.

Informatie over borstvoeding

Tijdens het bespreken van de medische geschiedenis en het onderzoeken van de borsten, kunnen vrouwen worden geïnformeerd over hun borsten, over anatomische aspecten die de borstvoeding kunnen beïnvloeden en eventuele dieet- of medicatiegerelateerde overwegingen. Tijdens dit gesprek kan de moeder worden gerustgesteld over borstvoeding en kunnen wetenschappelijk onderbouwde borstvoedingsstrategieën worden aangemoedigd. Zo kan vroegtijdige en frequente borstvoeding, zonder bijvoeding, worden aangemoedigd en kan er worden gesproken over mogelijke problemen in het ziekenhuis.

Daarnaast kunnen er andere onderwerpen aan bod komen, zoals borstvoedingspraktijken nadat de moeder het ziekenhuis heeft verlaten, praktische tips over borstvoeding en het bewaren van moedermelk, werkhervatting en de keuze van een borstkolf. Het is ook belangrijk om naaste familie/gezinsleden te informeren. Uit studies is gebleken dat vrouwen die worden omringd door familie en gezondheidszorgverleners die borstvoeding ondersteunen, vaker borstvoeding geven en hun borstvoedingsdoelstellingen halen.

Literatuur

1 American Academy of Pediatrics and The American College of Obstetricians and Gynecologists. Breastfeeding handbook for physicians 2006).

2 Lawrence, R.A. & Lawrence, R.M. Breastfeeding: a guide for the medical profession (Elsevier Mosby, Maryland Heights, MO, 2011).

3 Odom, E. C., Li, R., Scanlon, K. S., Perrine, C. G. & Grummer-Strawn, L. (2014). Association of Family and Health Care Provider Opinion on Infant Feeding with Mother’s Breastfeeding Decision. Journal of the Academy of Nutrition and Dietetics, 114(8), 1203–1207.

4 Ramakrishnan, R., Oberg, C. N. & Kirby, R. S. (2014). The association between maternal perception of obstetric and pediatric care providers’ attitudes and exclusive breastfeeding outcomes. Journal of Human Lactation, 30(1), 80-87.

5 Perrine, C. G., Scanlon, K. S., Li, R., Odom, E. & Grummer-Strawn, L. M. (2012). Baby-friendly hospital practices and meeting exclusive breastfeeding intention. Pediatrics, 130(1), 54-60.