Oplossingen van Medela voor veiligheid en infectiecontrole van moedermelk in de NICU

Door een combinatie van innovatieve producten en kennis wil Medela ziekenhuizen steunen bij het optimaliseren van hun moedermelkprocessen. In dit specifieke geval ligt de nadruk op infectiecontrole en veiligheid voor optimaal behoud van de kwaliteit van de moedermelk tot de baby ermee wordt gevoed.

Moedermelk op hygiënische manier verzamelen

Melk kan bij elke stap tijdens het melktraject worden besmet als deze in contact komt met vreemde oppervlakken. Meer in het bijzonder is bewezen dat besmette kolven een broeinest van bacteriën kunnen zijn, vooral bij gebruik door meerdere moeders en als er sprake is van onjuiste of onvoldoende reiniging tussen elk gebruik. De eerste stap bij het hygiënisch verzamelen van melk dient dus plaats te vinden vóór het afkolven:

  • Moeders moeten hun normale borsthygiëne aanhouden; de borst hoeft vóór het afkolven niet extra te worden gereinigd
  • Moeders die een borstkolf gebruiken, wordt aanbevolen hun handen vóór het afkolven grondig te wassen en te drogen
  • Drogen met een handdoek voor eenmalig gebruik wordt als de beste optie beschouwd, samen met het dichtdraaien van kranen op een manier waarop de handen niet opnieuw worden besmet
  • Moeders en zeker ook professionele zorgverleners die een borstkolf gebruiken, moeten hun vingernagels kort houden en geen sieraden dragen.

Symphony borstkolfsysteem

Borstkolven en afkolfsets zijn potentiële dragers van pathogene micro-organismen. Er dient voor elke moeder een eigen afkolfset te worden gebruikt. Deze bestaat uit een borstschild, connector, vacuümklep met membraan, fles, slang, membraankap en beschermend membraan.

Het overloopbeveiligingssysteem van Medela

Medela Symphony borstkolf afkolfset

De Symphony borstkolf van Medela is ontwikkeld om het risico op besmetting te minimaliseren. De innovatieve mediaseparatie (overloopbeveiligingssysteem) creëert een barrière tussen de borstkolf en de melk, waardoor kruisbesmetting tussen moeders wordt voorkomen. Hierdoor is de Symphony een hygiënische borstkolf die geschikt is voor gebruik door meerdere personen.

Borstschilden van Medela hebben een Splash Guard die de melkstroom direct naar de opvangfles voert. Het beschermende membraan van de mediaseparatie wordt vervolgens op de borstkolf geplaatst met de membraankap. Dit beschermende membraan zorgt ervoor dat er geen melk in de borstkolf stroomt. De moeder kan simpelweg de volledige afkolfset, inclusief de slangen, het beschermende membraan en de membraankap van de Symphony nemen, waardoor deze direct klaar is voor gebruik door de volgende moeder.

Opvangcontainers en afkolfsets

De opvangcontainers en afkolfsets van Medela vormen een integraal onderdeel van de Symphony borstkolf. De keuze van opvangcontainers en afkolfsets voor gebruik in de NICU is afhankelijk van vele factoren, waaronder nationale wetgeving, interne richtlijnen, sterilisatiefaciliteiten en milieugerelateerde overwegingen.

Om aan de diverse behoeften van elk ziekenhuis te kunnen voldoen, levert Medela drie typen opvangcontainers en afkolfsets:

  • Disposable en Ready-to-Use
  • Disposable en steriel
  • Herbruikbaar

Disposable producten

Disposable producten van Medela zijn verkrijgbaar in een Ready-to-Use en een EO-steriele lijn. Ze zijn bedoeld voor eenmalig gebruik of gebruik voor één dag in een ziekenhuisomgeving en hoeven voor het eerste gebruik niet te worden gereinigd. Disposable producten zijn een aantrekkelijke keuze voor ziekenhuizen die niet over de tijd, middelen of infrastructuur beschikken om op grote schaal herbruikbare producten te verwerken of waarvoor dit economisch niet haalbaar is.

Ready-to-Use

Medela symbool voor ready-to-use

De Ready-to-Use producten van Medela zijn hygiënisch veilig in gebruik en hoeven voor gebruik niet te worden gereinigd (Deutsches Beratungszentrum für Hygiene, 2014).

Steriel

Medela symbool voor steriel

De steriele producten van Medela zijn gevalideerd conform de EN/ISO-normen voor steriele medische hulpmiddelen. 'Gesteriliseerde' of 'voorgesteriliseerde' producten dienen niet te worden verward met 'steriele' producten. Alleen de term en het symbool 'STERIEL' garanderen dat het product daadwerkelijk steriel is.

Herbruikbare producten

Medela levert autoclaveerbare afkolfsets en flessen voor ziekenhuizen die zelf sterilisatieprocessen uitvoeren. Deze producten kunnen na sterilisatie door meerdere moeders worden gebruikt. Voor ziekenhuizen met gevalideerde reinigingsprocessen, apparatuur en personeel kunnen de herbruikbare producten van Medela een economische en ecologisch wenselijke keuze zijn.

Om uw prioriteiten te bepalen en na te gaan welke optie voor u het beste is, kunt u contact opnemen met uw Medela Account Manager.

Borstschilden en containers: aan te passen aan alle behoeften en processen

De borstschilden voor ziekenhuizen zijn verkrijgbaar in verschillende maten, zodat aan de behoeften van alle moeders kan worden voldaan.

Medela babyfles eenmalig gebruik 80, 150 en 250 ml

De moedermelkflessen van Medela zijn voorzien van kleine, nauwkeurige volumeaanduidingen, zodat de hoeveelheid afgekolfde moedermelk op een gemakkelijke, nauwkeurige manier kan worden gecontroleerd. Ze zijn verkrijgbaar in verschillende maten, van 35 ml tot 250 ml.

De disposable Colostrumcontainer van Medela is speciaal ontwikkeld voor moeders en deskundigen in de gezondheidszorg. De container is ontworpen om kleine hoeveelheden moedermelk nauwkeurig te kunnen afmeten. Dankzij de gewelfde bodem kan de gebruiker de melk gemakkelijk uit de container in een spuit opzuigen. Door deze eenvoudige extractiemethode kan het risico op besmetting van de melk tijdens het hanteren worden geminimaliseerd.

Moedermelkflesjes, bewaarcontainers, voedingsproducten en borstkolven van Medela zijn vervaardigd van materiaal dat geschikt is voor voeding en BPA-vrij is.

Hygiënische hanterings- en bewaarpraktijken

Goede hygiëne is altijd belangrijk, zowel vóór, tijdens als na het afkolven. Om de kans op bacteriële groei en infectie te minimaliseren, moeten na het afkolven de volgende handelingen worden uitgevoerd:

  • Externe oppervlakken van ziekenhuisborstkolven en -sets, met name oppervlakken die aangeraakt worden door moeders en personeel, dienen tussen twee gebruikers door te worden gedesinfecteerd.
  • Ook het oppervlak waarop gereinigde onderdelen van afkolfsets worden geplaatst, dient te worden gedesinfecteerd met ontsmettingsvloeistoffen of -doekjes.
  • Onderdelen van de afkolfset die in contact komen met melk dienen na gebruik volledig te worden gedemonteerd en grondig te worden gereinigd. De onderdelen moeten worden afgewassen met vloeibaar afwasmiddel en water (onder stromend water of in een schone afwasbak die uitsluitend voor dit doel wordt gebruikt). Er kunnen persoonlijke (patiëntspecifieke) flessenborstels worden gebruikt bij het reinigen van onderdelen, met name voor randen en kieren.
  • Na het afwassen moeten de onderdelen grondig worden gespoeld en vervolgens op een gedesinfecteerd oppervlak worden geplaatst om te drogen. Drogen met een schone katoenen doek kan aanvaardbaar zijn, drogen aan de lucht is ook een optie. Als de onderdelen van de afkolfset schoon en droog zijn, moeten ze niet te dicht bij de spoelbak worden gelegd om besmetting door spatten uit de spoelbak te voorkomen.

In de NICU is het nodig om afgekolfde melk te vervoeren en te bewaren. Dit brengt een risico op verlies van voedingsstoffen en besmetting met zich mee. In de NICU moeten de bewaaromstandigheden worden geoptimaliseerd om verlies van voedingsstoffen, groeifactoren en veel andere beschermende bestanddelen in de melk te minimaliseren, terwijl ook het risico op besmetting in de NICU of bij de moeder thuis zoveel mogelijk moet worden beperkt. Door tijd en variërende temperaturen verliezen bestanddelen in de moedermelk na verloop van tijd hun kracht, terwijl de groei van pathogenen toeneemt.

De juiste melk aan de juiste baby geven

Correct etiketteren is een van de voorwaarden voor het veilig bewaren van de melk. Oplossingen zoals bewaardozen voor elke moeder apart in een diepvriezer of koelkast en streepjescodes, die vaak worden gebruikt in melkbanken, kunnen ook voordelen bieden. Net als voor het hanteren van andere essentiële vloeistoffen in het ziekenhuis, wordt het 4-ogen principe aanbevolen bij het verdelen van moedermelk aan baby's.

Voorgedrukte etiketten

De voorgedrukte etiketten van Medela zorgen ervoor dat de juiste melk kan worden gevonden. Op de Medela etiketten moeten de volgende gegevens worden ingevuld:

  • Naam van de baby
  • Datum van afkolven
  • Tijdstip van afkolven
  • Hoeveelheid afgekolfde melk

Deze informatie zorgt ervoor dat de melk, in de juiste volgorde, van de moeder naar haar eigen baby gaat. Bovendien is zo het exacte volume bekend, wat anders moeilijk vast te stellen is als de container niet rechtop in de vriezer is bewaard.

Etiketten maken het gemakkelijker om de algemene regel op te volgen dat er waar mogelijk verse melk moet worden gebruikt en de baby eerst met colostrum wordt gevoed. Hierbij wordt er volgens het first-in-first-out (FIFO) principe gewerkt, waarbij de melk die het eerst is afgekolfd het eerst moet worden gegeven als er geen verse melk beschikbaar is.

Juiste bewaarmethoden

Moedermelk die niet binnen vier uur na het afkolven wordt gebruikt, dient zo snel mogelijk te worden gekoeld of ingevroren. Elk ziekenhuis dient richtlijnen voor moeders te hebben over containers, bewaaromstandigheden en -tijden, evenals specifieke aanbevelingen waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen donormelk en melk van de eigen moeder, vooral als er een melkverrijker is toegevoegd. Moeders die melk van thuis naar het ziekenhuis vervoeren, moeten worden geïnstrueerd hoe ze de melk tijdens het transport koel kunnen houden met koeltassen.

Richtlijnen voor het bewaren van moedermelk in de NICU

De richtlijnen voor het bewaren en ontdooien van melk variëren naargelang de omgeving en de toestand van de baby. In alle gevallen dient de bewaartijd zo kort mogelijk te zijn. De volgende aanbevelingen zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en betreffen de weg die de moedermelk aflegt in de NICU.

Pasteurisatie en gebruik van donormelk

Pasteurisatie is een proces dat vaak wordt gebruikt om bacteriële belasting te verminderen en om virussen te elimineren die van de moeder aan de melk kunnen worden doorgegeven. Als er geen melk van de eigen moeder in de NICU beschikbaar is of als deze niet kan worden gebruikt, vormt gepasteuriseerde donormelk het beste alternatief. Helaas is er bij de huidige pasteurisatieprocessen sprake van verlies van bepaalde immunologische en voedingsbestanddelen. Door het verlies van de ontstekingswerende activiteit van moedermelk is de bacteriegroei in gepasteuriseerde moedermelk hoger dan in onbehandelde moedermelk.

Medela levert flessen die bestand zijn tegen pasteurisatietemperaturen en geschikt zijn voor de melkvolumes waarmee wordt gewerkt in centrale melkkeukens of melkbanken. Daarnaast is de Symphony borstkolf voor meerdere gebruikers met zijn hygiënische afkolfsets een ideale oplossing voor het verzamelen van melk van donoren.

Verrijking

Door de hoge voedingseisen van premature baby's wordt verrijking aanbevolen voor baby's met een geboortegewicht lager dan 1500 g. Ondanks de voordelen van verrijking is de bacteriegroei in verrijkte melk die bij koelkasttemperatuur wordt bewaard significant hoger dan in niet-verrijkte melk. Dit heeft dus gevolgen voor de bewaaradviezen voor de melk.

Het toevoegen van de verrijkende middelen via aseptische technieken op kamertemperatuur of kouder wordt geadviseerd als mogelijke methode om de veranderingen in het osmolaliteitgehalte te minimaliseren.

Moedermelk veilig, hygiënisch en voorzichtig opwarmen

Ontdooien en opwarmen zijn de laatste stappen bij het bereiden van moedermelk voor voeding. Het controleren van de temperatuur van de melk is niet alleen belangrijk voor het behoud van de kwaliteit en werkzaamheid van de melk, maar kan ook nuttig zijn voor risicobaby's. Vloeistoffen zoals zoutoplossing en bloed worden gewoonlijk vóór infusie verwarmd om daling van de lichaamstemperatuur van de baby te voorkomen. Daarom wordt aangenomen dat de temperatuur van de melk de lichaamstemperatuur van de baby ook kan beïnvloeden. Om deze reden wordt voeding voor pasgeborenen in veel NICU's standaard opgewarmd, vanuit de gedachte dat voeding die is opgewarmd tot lichaamstemperatuur beter is voor de baby, bijvoorbeeld voor de verdraagbaarheid van sondevoeding door de baby.

Methoden op basis van water worden zowel gebruikt voor het ontdooien als het opwarmen van moedermelk. Hierbij worden flessen of containers met melk meestal in een waterbad of in een met water gevulde houder geplaatst, waarbij het water maximaal 37 °C is. Het regelen en bereiken van de optimale temperatuur met methoden op basis van water vormt een uitdaging. Bovendien kan water, en vooral warm water, pathogenen bevatten.

Het is aangetoond dat leidingwater dat in een ziekenhuisomgeving wordt gebruikt in flessenwarmers, een besmettingshaard kan zijn van nosocomiale infecties en uitbraken in de NICU. Daarom gebruiken sommige NICU's nu droge verwarmingsmethoden zonder water, zoals Calesca van Medela.

Calesca van Medela is een waterloos verwarmings- en ontdooiapparaat dat moedermelkprocessen helpt optimaliseren en standaardiseren en het bewaren van moedermelk vereenvoudigt. Calesca is ontworpen voor individuele zorg in de NICU en behoudt de kwaliteit en werkzaamheid door de moedermelk op te warmen tot lichaamstemperatuur zonder deze bloot te stellen aan hoge temperaturen.

Literatuur

1 Schanler, R.J. et al. Breastmilk cultures and infection in extremely premature infants. J Perinatol 31, 335-338 (2011).

2 Boo, N.Y., Nordiah, A.J., Alfizah, H., Nor-Rohaini, A.H., & Lim, V.K. Contamination of breast milk obtained by manual expression and breast pumps in mothers of very low birthweight infants. J Hosp Infect 49, 274-281 (2001).

3 el-Mohandes, A.E., Schatz, V., Keiser, J.F., & Jackson, B.J. Bacterial contaminants of collected and frozen human milk used in an intensive care nursery. Am J Infect Control 21, 226-230 (1993).

4 Tan, L., Nielsen, N.H., Young, D.C., & Trizna, Z. Use of antimicrobial agents in consumer products. Arch Dermatol 138, 1082-1086 (2002).

5 Aiello, A.E., Larson, E.L., & Levy, S.B. Consumer antibacterial soaps: Effective or just risky? Clin Infect Dis 45 Suppl 2, S137-S147 (2007).

6 Pittet, D., Allegranzi, B., & Boyce, J. The World Health Organization guidelines on hand hygiene in health care and their consensus recommendations. Infect Control Hosp Epidemiol 30, 611-622 (2009).

7 Human Milk Banking Association of North America 2011 Best practice for expressing, storing and handling human milk in hospitals, homes, and child care settings (HMBANA, Fort Worth, 2011).

8 Brown, S.L., Bright, R.A., Dwyer, D.E., & Foxman, B. Breast pump adverse events: Reports to the food and drug administration. J Hum Lact 21, 169-174 (2005).

9 Jones, B. et al. An outbreak of Serratia marcescens in two neonatal intensive care units. J Hosp Infect 46, 314-319 (2000).

10 Deutsches Beratungszentrum für Hygiene. Conclusion of the Risk Assessment of the Production Method for 'Ready-to-Use' Products (2014).

11 DIN EN ISO 11135-1. Sterilisatie van producten voor de gezondheidszorg – Ethyleenoxide – Deel 1: Vereisten voor de ontwikkeling, validatie en routinecontrole van een sterilisatieproces voor medische hulpmiddelen.

12 DIN EN ISO 11607-1. Verpakkingsmateriaal ten behoeve van steriele medische hulpmiddelen die gesteriliseerd worden in de verpakking – Deel 1: Materiaaleisen, steriele barrièresystemen en verpakkingssystemen, DIN EN ISO 11607-2. Verpakkingsmateriaal ten behoeve van steriele medische hulpmiddelen die gesteriliseerd worden in de verpakking – Deel 2: Validatie-eisen voor vorming, afdichting en assemblageprocessen. Gilks, J., Price, E., Hateley, P., Gould, D., & Weaver,G. Pros, cons and potential risks of on-site decontamination methods used on neonatal units for articles indirectly associated with infant feeding, including breast pump collection kits and neonatal dummies. J Infect Prev 13, 16-23 (2012).

13 Meier, P.P., Engstrom, J.L., Mingolelli, S.S., Miracle, D.J., & Kiesling, S. The Rush Mothers’ Milk Club: Breastfeeding interventions for mothers with very-lowbirth-weight infants. J Obstet Gynecol Neonatal Nurs 33, 164-174 (2004).

14 American Academy of Pediatrics - Section on Breastfeeding. Breastfeeding and the use of human milk. Pediatrics 129, e827-e841 (2012)

15 Dougherty, D. & Nash, A. Bar coding from breast to baby: A comprehensive breast milk management system for the NICU. Neonatal Netw 28, 321-328 (2009).

16 Drenckpohl, D., Bowers, L., & Cooper, H. Use of the six sigma methodology to reduce incidence of breast milk administration errors in the NICU. Neonatal Netw 26, 161-166 (2007).

17 Eglash, A. ABM klinisch protocol 8: Human milk storage information for home use for full-term infants (oorspronkelijk protocol maart 2004; revisie 1, maart 2010). Breastfeed Med 5, 127-130 (2010).

18 Centers for Disease Control and Prevention. Assisted Reproductive Technology. http://www.cdc.gov/art/ (2012).

19 Food and Drug Administration. Breast milk. http://www.fda.gov/medicaldevices/productsandmedicalprocedures/homehealthandconsumer/consumerproducts/breastpumps/ucm061952.htm (2012).

20 Kurath, S., Halwachs-Baumann, G., Muller, W., & Resch, B. Transmission of cytomegalovirus via breast milk to the premat. Clin Microbiol Infect 16, 1172-1178 (2010).

21 National Institute for Health and Care Excellence. Donor milk banks: The operation of donor milk bank services. 2010. http://www.nice.org.uk/guidance/CG93/chapter/1-Guidance (2014).

22 Christen, L., Lai, C.T., Hartmann, B., Hartmann, P.E., & Geddes, D.T. The effect of UV-C pasteurization on bacteriostatic properties and immunological proteins of donor human milk. PLoS One 8, e85867 (2013).

23 American Academy of Pediatrics - Committee on Nutrition. Nutritional needs of low-birth-weight infants. Pediatrics 75, 976-986 (1985).

24 Jocson, M.A., Mason, E.O., & Schanler, R.J. The effects of nutrient fortification and varying storage conditions on host defense properties of human milk. Pediatrics 100, 240-243 (1997).

25 Barash, J.R., Hsia, J.K., & Arnon, S.S. Presence of soil-dwelling clostridia in commercial powdered infant formulas. J Pediatr 156, 402-408 (2010).

26 WHO. Safe preparation, storage and handling of powdered infant formula guidelines (2007).

27 Knobel, R. & Holditch-Davis, D. Thermoregulation and heat loss prevention after birth and during neonatal intensive-care unit stabilisation of extremely low-birthweight infants. J Obstet Gynecol Neonatal Nurs 36, 280-287 (2007).

28 Meier, P. Bottle- and breast-feeding: Effects on transcutaneous oxygen pressure and temperature in preterm infants. Nurs Res 37, 36-41 (1998).

29 Eckburg, J.J., Bell, E.F., Rios, G.R., & Wilmoth, P.K. Effects of formula temperature on postprandial thermogenesis and body temperature of premature infants. J Pediatr 111, 588-592 (1987).

30 Gonzales, I., Durvea, E.J., Vasquez, E., & Geraghty, N. Effect of enteral feeding temperature on feeding tolerance in preterm infants. Neonatal Netw 14, 39-43 (1995).

31 Büyükyavuz, B.I., Adiloglu, A.K., Onal, S., Cubukcu, S.E., & Cetin, H. Finding the sources of septicemia at a neonatal intensive care unit: Newborns and infants can be contaminated while being fed. Jap J Infect Dis 59, 213-215 (2006).

32 The Regulation and Quality Improvement Authority. Independent review of incidents of Pseudomonas aeruginosa infection in neonatal units in Northern Ireland - Final report (2012).

33 Molina-Cabrillana, J. et al. Outbreak of Pseudomonas aeruginosa infections in a neonatal care unit associated with feeding bottles heaters. Am J Infect Control 41, e7-e9 (2013).