5 fabels over borstvoeding – Deel 1

Wanneer je meer over borstvoeding te weten wilt komen, zul je veel informatie vinden en ook veel verhalen van andere moeders horen. Maar welke informatie klopt en wat zijn misschien gewoon fabeltjes? Wij zetten 5 veel verspreide fabels over borstvoeding op een rij.

5 fabels over borstvoeding deel 1

Fabel 1: Als je kleine borsten hebt, kun je niet genoeg melk aanmaken voor je baby.

Size doesn’t matter. Als je kleine borsten hebt, wil dit niet zeggen dat je een lage melkproductie hebt. Grote borsten staan ook niet garant voor een overvloedige melkproductie. Hoeveel melk je aanmaakt, hangt af van de hoeveelheid klierweefsel in je borsten en hoe vaak je je kindje aanlegt. Hoe vaker je je kindje aanlegt, hoe meer melk je zult aanmaken. 

Fabel 2: Je baby moet bij elke voeding uit allebei je borsten drinken.

Wanneer je kindje klaar is met drinken uit de eerste borst, kun je de tweede borst aanbieden. Als hij de tweede borst accepteert, prima. Als hij deze niet accepteert, ook prima. Je baby geeft zelf aan of hij wel of niet genoeg gedronken heeft. Als hij niet uit beide borsten wil drinken, hoef je je dus geen zorgen te maken. Uit onderzoek blijkt dat 30% van de baby’s altijd uit één borst drinkt, 13% drinkt altijd uit beide borsten en 57% drinkt de ene keer uit één borst en de andere keer uit twee borsten.

Fabel 3: Vaak borstvoeding geven zorgt ervoor dat je kindje later overgewicht krijgt.

In principe kan je baby niet te veel drinken aan de borst. Als hij genoeg gedronken heeft, zal hij stoppen met drinken, ook als er nog melk beschikbaar is. Je moedermelk bevat hormonen die helpen bij de beheersing van de eetlust en de manier waarop je kindje insuline verwerkt. Ook hebben kinderen of tieners die als baby borstvoeding gekregen hebben een 13% lagere kans om overgewicht te krijgen.

Fabel 4: De kwaliteit van je moedermelk neemt na 6 maanden af.

De kwaliteit van moedermelk vermindert niet na verloop van tijd. De samenstelling van je moedermelk verandert juist om te blijven voldoen aan de veranderende behoeften van je kindje. Wanneer je kindje tussen de 4 en 6 maanden oud is, begin je met het aanbieden van vaste voeding. Zo kan je kindje alvast beginnen te wennen aan verschillende smaken en texturen voeding, maar deze vaste voeding vervangt je moedermelk niet. Moedermelk blijft voor je kindje de hoofdvoeding totdat hij 1 jaar oud is.

Fabel 5: Je mag geen borstvoeding geven als je ziek bent.

Je kunt gewoon borstvoeding blijven geven aan je kindje als je ziek bent. Dit is zelfs goed voor je kindje! Wanneer je ziek bent, zal je moedermelk antistoffen bevatten die het risico verlagen dat je kindje hetzelfde virus krijgt. Zo wordt je kindje extra beschermd. Let wel op als je medicijnen moet slikken. Vertel je huisarts dat je borstvoeding geeft, zodat hij medicijnen kan voorschrijven waarbij je borstvoeding mag blijven geven.

Wat is het gekste borstvoedingsfabeltje wat jij gehoord of gelezen hebt? Laat hieronder een reactie achter of praat mee op onze Medela Benelux Facebookpagina.